Home » Dwangstoornis

Wat is dat, een dwangstoornis?

Als je telkens terugkerende en storende gedachten hebt, heb je waarschijnlijk dwanggedachten. Je vindt die gedachten niet bij jezelf passen, maar je kunt ze toch niet voorkomen. Bij dwanghandelingen moet je dingen telkens op dezelfde, speciale manier doen. Bijvoorbeeld alles steeds controleren of schoonmaken. Als je last hebt van dwanggedachten en/of dwanghandelingen, heb je een dwangstoornis. We noemen het ook wel een obsessief-compulsieve stoornis.

Dwang is eigenlijk een hele onhandige manier van ons om met spanning om te gaan. Een dwangstoornis komt voort uit angst: eigenlijk wil je vooral je angsten uit de weg gaan. Met dwanghandelingen probeer je dan te voorkomen dat gebeurt waar je bang voor bent. Je probeert het ongeluk te bezweren. Je wast bijvoorbeeld tientallen keren je handen, zodat je geen besmettelijke ziekte krijgt. Of je klopt op hout om narigheid te voorkomen.

 

Dwanggedachten

Je hebt dwanggedachten als ze telkens terugkomen en hardnekkig in je hoofd blijven zitten. Je weet dat je de gedachten zelf bedenkt. Toch lukt het je niet om ze buiten te sluiten. Het voelt alsof ze worden opgedrongen. Je wordt er angstig van. Je probeert te doen alsof ze er niet zijn, maar de gedachten blijven opkomen. Ze gaan veel verder dan gewone zorgen over de dagelijkse dingen. Ze gaan bijvoorbeeld over:

  • Ziektes
  • Vuil
  • Fouten maken met vreselijke afloop
  • Agressie
  • Seks
  • God en godsdienst

 

Dwanghandelingen

Dwanghandelingen zijn handelingen die je steeds maar weer van jezelf moet doen. Handen wassen is een bekende, of dingen controleren. Je kunt dit ook volledig in je hoofd doen, door dingen te tellen of constant te bidden. Meestal doe je dit direct na een dwanggedachte. Een dwanghandeling moet dus de ellende voorkomen.

Met de dwanghandelingen probeer je te voorkomen dat je angst werkelijkheid wordt. Maar wat je dwangmatig doet, heeft meestal weinig of niets te maken met wat je wil voorkomen. Je moet bijvoorbeeld tien keer het licht aan en uit doen of het gas controleren, om te voorkomen dat er een ongeluk gebeurt. Voorbeelden van veelvoorkomende dwanghandelingen zijn:

  • Van alles controleren
  • Schoonmaken en wassen
  • Ordenen
  • Heel erg vaak bidden
  • Hamsteren of verzamelen

 

Kortom...

Het komt er eigenlijk op neer dat iemand met een dwangstoornis spanningen ervaart en het middels dwang probeert de reduceren. Dit gaat automatisch. Vaak weet men wel in het hoofd dat wat ze doen niet klopt. Bijvoorbeeld alles dwangmatig schoonmaken, want als ik dat niet doe dan wordt mijn moeder ziek. Als mijn moeder ziek wordt is dat mijn schuld. Misschien gaat ze wel dood dan.

Meestal weet men rationeel wel dat deze gedachtes niet kloppen (soms ook niet), maar gevoelsmatig kunnen ze niet de spanning/angst aan die het geeft als ze hun dwang niet uitvoeren.

 

Spanning kan zich op vele manieren onhandig/ongewenst uiten. Vaak zit er veel onzekerheid en een laag zelfbeeld/laag gevoel van eigen waarde aan geboden. Het kan zich uiten middels dwang, maar andere manieren van onhandig omgaan met spanning is : middelengebruik, externaliseren middels ruzie zoeken en een kort lontje hebben, internaliseren door te piekeren over jezelf en je omgeving (wat kan lijden tot bijvoorbeeld een depressie), slecht slapen enzovoorts.

 

Bron: Mentaal Vitaal

 

Er is je nog zoveel meer te vertellen over dwang, dit verteld Jan-Willem je graag middels zijn boek of een lezing waardoor je je helemaal kan verplaatsen in hem en zelfs kan voelen hoe hij zich heeft gevoeld door zijn dwangstoornis. Veel leesplezier! 

Liever naar het verhaal luisteren?